Cloetens-orgel

St.-Walburgakerk, Oudenaarde

Historiek

Het oudste orgel dat we in bronnen over de Sint-Walburgakerk aantreffen is te dateren tussen 1530-40.
Het betreft een orgel van
‘meester Cornelis de Moor’, die opdracht kreeg een orgel te bouwen dat nog groter en schoner zou zijn dan dit in de Sint-Michielskerk te Gent.

In een ander document wordt een specifieke registeraanwijzing gegeven voor het orgel te Oudenaarde,
gebouwd/ verbouwd door Chaerles Blanckaert in 1573, waarbij uitsluitend gewezen wordt op het gebruik van de Cornet in combinatie met tongwerken.
Den Nachthoorene ... spelende ten alfven clavier upwaerts omme tsaemen te spelene met die Trompetten ende Schalmeyen’

In de 18e eeuw had de gerespecteerde Gentse orgelbouwersfamilie Van Peteghem - vermoedelijk Pieter Van Peteghem – ook contacten met de Sint-Walburgakerk.
Uit het kerkarchief blijkt dat er vóór 3 december 1757 reeds een project werd voorgesteld dat echter nooit werd uitgevoerd.
Dit project week nogal af van de gebruikelijke Van Peteghem-schema’s!
Het is mogelijk dat hier de dispositie van het bestaande orgel grotendeels behouden werd ofwel dat er een zeker inbreng geschiedde van een lokale organist.
(klik
hier om de dispositie hiervan te bekijken)

Een tweede document betreft een contract gedateerd op 3 december 1757 door Pieter Van Peteghem met als vermelding
‘renovatie van het oud orgel’.
- Hierbij werd de omvang van het klavier uitgebreid naar 50 toetsen, C-D – d’’’ (voorheen 45 toetsen).
Een manuaalkoppeling werd hierbij niet vermeld, wat echter in het voorgaande project wél werd vermeld.
-
“dry nieuwe secreten” (2 voor het Gr. Org. En 1 voor het Pos.?)
- prijs: 950 guldens courant.
(klik
hier om de dispositie hiervan te bekijken)

In archiefstukken van de kerkfabriek staat te lezen dat het oude orgel in 1910 werd verkocht. In 1911 werd door de Brusselse orgelbouwer Georges Cloetens (1871-1949) een nieuw instrument gebouwd.
Op een inscriptie gemaakt in de klep van de speeltafel staan volgende zaken te lezen:

Ingehuldigd 6/4/11
- - -
half verwoest door bombardement 11/1918
- - -
hersteld 4/9/21
- - -
pedalen vernieuwd 12-8-25 & 24-4-26

DSC_0286

In 1912 voltooide de Brusselse orgelbouwer George Cloetens (1871-1949) het instrument voor de Sint-Walburgakerk te Oudenaarde.
Zes jaar later zou het orgel tijdens een bombardement zware schade oplopen.
In 1921 was het instrument terug bespeelbaar en in 1931 werd de nieuwe kast voltooid.
Verschillende herstellingswerken in de loop der jaren hebben niet kunnen verhinderen dat een grote revisie noodzakelijk werd.
Met name het probleem van de windvoorziening – en het daarbij behorende gemis aan kracht – werd de achilleshiel van het instrument.

Uit een brief van 28 september 1925 blijkt dat er klachten zijn over de werking van de ventilator. Orgelbouwer J. Stevens ontkent dat er een probleem is.
De oorspronkelijke kast wordt in de periode 1929-1931 vervangen door het huidige meubel, vervaardigd door beeldhouwer R. Rooms uit Gent; het is een gedeelde kast, met niet-sprekende, beschilderde frontpijpen, geleverd door Leopold Devos.
In de jaren ’90 van de 20
ste eeuw heeft het orgel verschillende grote en kleine onderhoudsbeurten gehad.
Zo voerde orgelbouwer Bruggeman-Baert in 1990 verschillende herstellingen uit aan de mechaniek van het orgel alsook een ‘groot herstel en onderhoud’ in het jaar 1991. Dit laatste staat ook te lezen op een inscriptie op het windkanaal van het Groot-orgel:
Nettoyage complet Marz 1991 F. Bruggeman
In 1999 stemde orgelbouwer Laureys het orgel en hief hij een technische fout op.

De kerkraad wees in 2009 de opdracht voor de restauratie toe aan Manufacture d’orgues Thomas uit Ster-Francorchamps.
Onder de deskundige begeleiding van Yves Senden, onze orgeladviseur, voerden zij volgende werken uit: gedeeltelijke ontmanteling van het orgel, vervanging van versleten en beschadigde onderdelen, optimalisering van onhandig uitgevoerde aansluitingen (zoals bv. aan de blaasbalgen), behandeling van houten pijpen, windkanalen en windlades tegen houtworm, fijnregeling van de mechanische verbindingen.
Eens alle windlekken in de windvoorziening gedicht, werden de pijpen teruggeplaatst en kon de intonatie beginnen. Daarbij is gestreefd naar een ruimtevullende klank, waarbij kracht en subtiliteit verenigd zijn.
De kast uit 1931 had de klank van het orgel als het ware gedempt. In functie van een beter ‘uitklinken’ in de ruimte, werden bij de huidige restauratie de vier gesloten, massief-eiken panelen ter hoogte van de balustrade vervangen door panelen van dezelfde houtkwaliteit, maar met langwerpige openingen, zodat de klank gemakkelijker haar weg naar de kerk vindt. Om diezelfde reden werd de zwelkast voorzien van bijkomende evenwijdige latten.
In het Cloetens-orgel was bij het ontwerp een orphéal voorzien.
Dit tongwerkregister is een uitvinding van Cloetens, waarvan slechts twee bijkomende exemplaren bekend zijn (Viroinval en Caïro).
Het is niet duidelijk of deze orphéal ook effectief door Cloetens in het orgel van de Sint-Walburgakerk gebouwd is; alleszins was dit register in dat geval verdwenen na het bombardement.
Thomas reconstrueerde de orphéal op basis van het voorbeeld uit Viroinval. Oudenaarde bezit bij deze een unicum voor Vlaanderen.